Vorig jaar las ik het prachtige boek ‘De ondergrondse spoorweg’ van Colson Whitehead.
De Ondergrondse Spoorweg‘ is het verhaal van de 15-jarige Cora, die in het midden van de 19de eeuw op een plantage in Georgia werkt en ontsnapt. In die plantage maar ook op de route na haar ontsnapping maakt ze wreedheden mee en ziet ze heel wat wreedheden gebeuren naar zwarten en naar ontsnapte slaven.
Om dat allemaal te beschrijven baseerde Whitehead zich op uitgebreid historisch onderzoek.

Nu geniet ik van de heerlijke fictieroman ‘Washington Black’. Prachtig, fijngevoelig en beeldrijk geschreven. Esi Edugyan, Canadees schrijfster met Ghanese wortels, liet zich inspireren door Jules Vernes. Het fantasierijke neemt je gewoon mee in haar verhaal. Dat maakt Edugyans roman ook anders dan andere boeken over de gruwel en misstanden van slavernij.

Nu ik in dit bad zit, in dat doorvoelen en doordenken over het ontstaan van ‘schaamte’, lees ik door die ogen ook dit mooie boek.
Ineens dringt het diep tot me door hoe ingrijpend die jàrenlange weerloosheid, marteling, minachting en misbruik, is geweest voor generaties zwarte slaven. Welk ingrijpend effect moet dit ook nu nog hebben op zelfbeeld en identiteit, op het vermogen om te hopen, om te vertrouwen en betrouwbaar te zijn. Op het vermogen om zich waardig te voelen en zich waardig uit te drukken…

Laat ons hopen dat deze Afro-Amerikaanse (Canadese) schrijvers heling geven, zowel door hun erkenning van de feiten als door hun vermogen dit te overstijgen en

deze verhalen tot schoonheid en literatuur te verheffen.