Wat denk je als kind als je meemaakt dat degene van wiens zorg je afhankelijk bent jou negeert of verwijt?
De kans is groot dat je onbewust eerder voor schaamte gaat kiezen dan de volwassene in vraag te stellen. ‘Ik moet een lastig iemand zijn als iemand zo met me omgaat’ ligt dichterbij dan ‘er is iets met mijn ouder, die is niet betrouwbaar of die is niet in staat voor mij te zorgen’.

En waarom kies je dit als kind? Omdat je verdere zorg en bescherming nodig hebt én omdat de andere optie heel onveilig en beangstigend is.

De optie schaamte als een manier om ‘gek worden’ te voorkomen…

Als je adolescent en volwassen wordt ben je minder afhankelijk en weerloos. Door je contacten met vrienden doe je nieuwe ervaring van ‘erbij horen’ op. Je zoekt ervaringen op waarin je je waarde tot uitdrukking kan brengen, bijvoorbeeld via je job. Je zelfbeeld verandert geleidelijk aan.
Doordat je andere werelden en andere gezinnen leert kennen kan je kritischer naar je ouders kijken zonder dat je wereld in elkaar stort. Je kan de tekortkomingen van je ouders of zorgfiguren onder ogen zien.

 

Zelfverwijt geeft je ook een vorm van controle, van houvast. Je eigen gedrag kan je meer in handen nemen, dat van een ander niet. Ook dit getuigt van een enorme overlevingskracht.
Als je later veilige en betrouwbare situaties meemaakt kan het zelfvernietigende daarvan losgelaten worden. Meestal hou je er wel de relationeel krachtige kwaliteit van zelfreflectie aan over.